Advertisement
HOME arrow OUD NIEUWS

Menu
 HOME
 WARMTEBEELDEN
 NUTSCODE
 ZAKELIJK
 PARTICULIER
 EDUCATIEF
 OUD NIEUWS
 Bilz
 Bergeijk
 Heilker
 Octrooien
 Peelmondriaan
 COLUMNS
 COMFORTZONE
 SITEMAP
 VIDEOCLIPS
 CONTACT

Welkom...
Er zijn 12 guests online

1078938 Bezoekers

"Veel problemen kunnen worden opgelost door er geen probleem van te maken"





OUD NIEUWS  

Rudolf is net zijn gewei verloren.

Ötzi de 5300 jaar oude gletsjermummie was al de halve dag bezig met het creëren van persoonlijk comfort. Hij droeg een uitgekiende garderobe voor de extreme omstandigheden, zoals schoeisel gevuld met stro, been- en oorwarmers. Hij had een enorme materialenkennis (hij gebruikte 7 soorten hout voor allerlei verschillende toepassingen). Het kan dus geen kwaad om af en toe ook eens een paar jaar terug te kijken, zonder de huidige stand van de techniek uit het oog te verliezen.


Hieronder een stukje uit de beschrijving "een weg naar een ontwerp voor energiebesparend bouwen", door de heer A. van Bergeijk, Sint-Oedenrode, augustus 1978. Eén van de grondleggers van intergraal bouwen in de Benelux. Het betreft een beschrijving met vooruitberekeningen en nacalculaties van een woonhuis met kantoor, dat in 1962 energiebesparend werd gebouwd en in 1977 werd uitgebreid en voorzien van zonnecollectoren. Daaronder een stuk uit 1931 over de voordelen van cv-systemen, door overgrootvader en kachelbouwer Joseph Heilker.

Nutscode.nl probeert deze kennis zo goed mogelijk vast te leggen en te bewaren. Suggesties of tips? info@nutscode.nl


"een weg naar een ontwerp voor energiebesparend bouwen"

Naschrift

EEN ANALYSE VAN EN ENIGE KANTTEKENINGEN BIJ ONS DENKEN OVER EN WAARDEREN VAN DE GEBOUWDE OMGEVING.

Iedere tijd heeft geprobeerd haar problemen in het bouwen op te lossen op basis van economische mogelijkheden, vormwil en constructief kunnen en kennen.

De economische mogelijkheden werden lang door de opdrachtgever bepaald. Ook de vormwil werd door die opdrachtgever bepaald op grond van zijn kennis van mooi en lelijk. Dat resulteerde meestal in imitaties van imitaties, waarbij het logische denken zelden enige inbreng kreeg. Het constructief kunnen en kennen werd, als dienst, door de technici geleverd. Helaas zijn in de renaissance de vormwiluitingen, ofschoon die slechts een derde van het geheel uitmaken, tot cultuuruitingen gemaakt.

De relatie tussen maatschappelijke ontwikkeling en de praktijk van het bouwen.

Een getekende karikatuur is duidelijk in haar beknoptheid, omdat het sterkste kenmerk wordt overtrokken. Door het korte bestek van dit naschrift gedwongen, moet ik - met het risico extreem te lijken - in karikaturen spreken.

Denken wij over de praktijk van het bouwen, dan dienen wij eerst het woord praktijk te lokaliseren.

Aannemers vinden ontwerpers een noodzakelijk kwaad; in hun ogen is de praktijk pas begonnen bij het inrichten van het bouwterrein. Ontwerpers vinden aannemers een noodzakelijk kwaad; in hun ogen wordt het ontwerp alleen maar geweld aangedaan en voegt de uitvoering niets toe aan het voor de praktijk al "gerealiseerde" bouwwerk. De gebruikers vinden de voorgaande twee allebei uit de boze; zij kunnen niet "iets" maken dat in de praktijk voldoet. Duidelijkheidshalve stellen wij, dat de praktijk van het bouwen de gehele actie tussen initiatief en een reeks gebruiksjaren omvat.

Spreken wij over maatschappelijke ontwikkeling in verband met het bouwen, dan dienen wij ook dit begrip af te bakenen.

Bij een samenhang met een fundamentele bezigheid als bouwen moeten wij de oorzaak van maatschapelijke ontwikkeling bezien en niet de tijdseigen verschijnselen. De oorzaak van de maatschappelijke ontwikkeling kunnen wij benaderen met "to be or not to be" - vrij vertaald, maar niet letterlijk bedoeld: tobbe of niet tobbe, geestelijk en stoffelijk. Ieder mens moet zich een plaats veroveren voor brood en voor welzijn. Op kleine schaal vinden wij die strijd terug in het generatieconflict; op grote schaal in het overnemen van het economisch zwaartepunt door en van verschillende bevolkingsgroepen.

Een mens evolueert niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk. Die geest kan zich alleen stoffelijk uiten; wij gebruiken daarom bij het bouwen z.g. symbolen.

Een welvarend man hangt niet zijn banksaldo aan zijn deur, maar bouwt een groot huis of een mooie gevel. Vanaf het begin van de ontwikkeling van Noordwest-Europa namen de opvolgers in economische macht de bouwsymbolen van hun voorgangers over en varieerden hierop al naar gelang hun eigen karakter. Er werd echter scherp op toegezien, dat de overgenomen symbolen in ieder geval hun posities aangaven. Ik doel hier niet op de z.g. statussymbolen maar op de eerlijker waarderingssymbolen.

Zo kon het gebeuren, dat bij de door de vrijheid gestimuleerde opkomst van Amerika, midden 1800, nog openbare gebouwen als Griekse tempels gebouwd werden, maar ook in deze eeuw de totalitaire regimes zich nog van deze bouwsymbolen bedienden.

Evenzo kon het gebeuren, dat wij tot voor kort, het symbool van de waardigheid, de trap, op grote schaal misbruikten voor gebouwen die toegangelijk moeten zijn voor mindervaliden en kinderen. En zo kan het gebeuren, dat wij buurten bouwen met huizen met rieten daken, dicht op elkaar gepakt, aan kronkelige wegen en dan vinden wij, dat dit landelijk aandoet, zeker als de detaillering van de huizen ook nog die van een boerderij uit 1800 is.

Wij gaan zelfs zover, dat wij in een tijd van energiegebrek de warmteverslindende holle ruimten van oude herenhuizen combineren met het ongemak van de statige trappen tot splitlevel woningen. Door een eigentijdse ontwikkeling: het meer en meer innemen van de plaats van boeken voor het overbrengen van ideeën door audiovisuele middelen, geven die bovendien een maximum aan geluidshinder. Tegelijkertijd zoeken wij dan naar normen om energiebesparend te bouwen, ook voor mindervaliden bruikbare huizen te ontwerpen en geluidsisolatie binnen de woning toe te passen, en dit alles liefst voor een economisch verantwoorde prijs. Met andere woorden, wij proberen te bouwen voor allen met symbolen die ontwikkeld zijn om door enkelen te worden gebruikt.

Toen centrale verwarming maar door enkelen werd gebruikt, bestond er nog geen energieprobleem. Nu centrale verwarming voor iedereen een eis wordt, komen wij in de problemen als wij daarvoor een door de Romeinen geïntroduceerd principe blijven gebruiken.

Toen de gedachtenoverbrenging schriftelijk plaatsvond, was het geen probleem om alle kamers op één woonruimte te laten uitkomen. Nu iedere kamer minimaal één radio heeft, werkt de centrale woonhal vaak privacy-verstorend, alle saamhorigheidsverklaringen ten spijt.

Kortom, wij zijn in een verwarrende situatie verzeild geraakt, waarvan de oorzaak wel is te formuleren. Wij verliezen ons n.l. binnen de architetuur in een uitgebreide literatuur over bouwvormen en over de ontwikkeling van vormen naar vormvarianten, die in estetisch opzicht onze aandacht opeist; om het onstaan, de oorspronkelijke functie van de verschillende vormen bekommeren wij ons echter nauwlijks. Voor de praktijk van het bouwen houdt dat in dat wij ons blijven bedienen van een traditioneel bepaald en gewaardeerd vormenpakket, zonder dat wij er van doordrongen zijn dat een eigentijdse doorlichting en aanvulling daarvan noodzakelijk is vanuit de doelen en de mogelijkheden die wij nu hebben. Nagaan waarvoor veel als vanzelfsprekend gebruikte vormen oorspronkelijk werden ontwikkeld, zou voor een groot deel er van een weinig "romantisch" beeld opleveren. Wij zullen uiteraard altijd aan bepaalde vormen gebonden blijven, met dien verstande, dat wij ze zullen moeten afstemmen op de huidige economische en technische mogelijkheden, daarbij het oog gericht houdend op de toekomstige ontwikkelingen.

Keren wij nu terug naar de maatschappelijke ontwikkeling, dan zien wij, dat in Noordwest-Europa na een vloeiend verlopen culturele overname van het economisch zwaartepunt binnen kleine groepen, door de tweede industrieële revolutie, na wereldoorlog I, een geheel nieuw beleid verschijnt. Tot dan toe had telkens een kleine groep het economisch zwaartepunt overgenomen, nu kwam dit bij de gehele bevolking te liggen, met uitzondering van de kleine groep.

Nieuwe waardeomschrijvingen werden geschapen. Kennis is macht wordt vervangen door spreiding van kennis en macht. Sociale rechtvaardigheid vervangt "het bezit". Bestuurders worden gekozen, niet benoemd. Wij bleven echter met een aantal oude symbolen zitten.

De man die het werk organiseert, zien wij nog steeds als werkgever, ofschoon de gehele bevolking door de behoefte aan producten de werkgever is en het bevolkingsdeel dat een bepaald product maakt, werknemer is voor dat onderdeel. Door onze sociale voorzieningen is een groot gemeenschappelijk vermogen ontstaan. Om dit te kunnen beheren bebben wij instituties geschapen. De raad van commissarissen van deze instituties blijven wij echter als bezitter van dat vermogen zien als hij zuinig met het gezamelijke vermogen omspringt.

De architectuurgeschiedenis geeft alleen voorbeelden van de kleine, macht tonende groep en niet van de massagebruikers; als de jonge architecten op het internationale architektencongres in 1975 een verklaring uitgeven dat de architectuur dood is, bedoelen zij vermoedelijk dat het symbolenpatroon van de traditionele architectuur niet bruikbaar blijkt te zijn.

Het door een expert uitgebrachte advies kunnen wij door de veelgeprezen specialisatie niet meer begrijpen. Het door hem voorgestane "kennis is macht" maakt het accepteren van zijn inzichten zeer moeilijk, want wij propageren spreiding van kennis en macht. Wij menen, dat de oude maatschappelijke structuren moeten veranderen en bedoelen dat macht en bezit van stoel moeten wisselen. De symbolen van de macht op een paar stoelen zijn dus niet meer acceptabel, om niet te zeggen verwerpelijk.

De geschiedenis van het zondagse pak kan misschien verhelderend werken. Vroeger trok de knecht op zondag, als hij niet hoefde te werken, een pak aan zoals zijn baas door de week aan had. Tegenwoordig heeft iedere functiegroep in het maatschappelijk bestel, gedifferentieerd naar leeftijd, zijn eigen kledingtype; maar als wij niet hoeven te werken, trekken wij allemaal vrijetijdskleren aan en die wordt door de mode geüniformeerd.

Het kernthema van dit rapport is echter niet: Hoe verandert de maatschappij? Ik zal daarom aan het ontwerpprobleem "de vormgeving" aandacht schenken.

De praktijk van het bouwen is verschoven van

opdrachtgever - ontwerper - bouwer - opdrachtgever

naar

behoeftenvertegenwoordiger van de gebruiker - vertegenwoordiger van het financieel beheer - ontwerper - bouwers - gebruikers.

De mogelijkheden tot misverstanden zijn daardoor aanzienlijk groter geworden.

De behoefte wordt bepaald door de economische mogelijkheden in de mode. De economische mogelijkheden maken een groot comfort en een technische perfectie tot eis; de oorzaak van de economische mogelijkheden, de industrialisatie, maakt, zoals bij iedere welvaartperiode, de behoefte aan romantiek groot. Deze romantiek wordt gezocht in oude vormen, en oude vormen zijn helemaal niet geschikt om te voldoen aan de vraag naar hoog comfort. En toch vinden wij het vanzelfsprekend dat er comfort aanwezig is en spreekt de uiterlijke verschijning van gebouwen ons aan en niet het technisch vernuft dat er achter steekt. Wij zijn dus bezig om nieuwe mogelijkheden en nieuwe behoeften in oude vormen te persen. Wij proberen i.p.v. een paar woningen, geheel ons gebouwenbestand te verwarmen met een warmteverwekker waar wij vanaf het begin het einde van zagen en roepen dan: isolatie of: energieprobleem. Wij proberen een woonhuiskap, die als beschuttend element ontwikkeld is, door toevoeginkjes nu ook nog beter te isoleren. Wij proberen ambachtelijke vormen industrieel na te maken.

Ik geloof dan ook, dat werkers aan het "maakgedeelte" binnen de praktijk van het bouwen, moeten proberen om acceptabele vormen te vinden voor de technische mogelijkheden, en dat de "gebruikers" binnen de praktijk van het bouwen binnen de praktijk van het bouwen de nieuwe mogelijkheden van vormen moeten proberen te accepteren. Zou deze veronderstelling voldoende bestaansrecht hebben, dan kunnen wij over energiebesparing in de bouw gaan denken.

Vergeten kundigheid

De plattebuiskachel was een apparaat, dat én warmte gaf én fornuis was. Er stond constant een ketel water op en daarom deed het nog dienst als warmwaterapparaat. De vorm was dus energiebesparend ontwikkeld; niet omdat men te weinig energie had, maar omdat de energie in verhouding tot het inkomen duur was. Oude boerderijen hebben grote kappen en lage plafonds in de stallen. Ofschoon het opsteken van hooi en stro naar de zolders veel werk was, was de isolatiewaarde zo groot, dat de koeien in de lage stal als warmtebron voldeden. De kleine raampjes en een juiste oriëntering op de zon completeerden het effect. Door vererving, verkopen en in onbruik raken van gedeelten van de bouwgronden is de rechtlijnige Romeinse landindeling vervormd tot de kronkelweggetjes die wij nog kennen.

Tegenwoordig stoken wij plattebuiskachels en open haarden omdat wij ze "mooi" vinden. Zodra de temperatuur in de kamer stijgt, komen wij in de problemen. De kamerthermostaat zorgt ervoor, dat de rest van het huis te koud wordt, dus wij zetten ramen en deuren open of nemen een extra regeling op met thermostatische mengkranen. Wij bouwen huizen met grote kappen, maken in die kap een of meer slaapkamers en zetten die huizen langs zorgvuldig ontworpen kronkelige en scheve straatjes. Wij maken de kamers "voornaam" hoog, trekken ons niets aan van de zonnestand en maken ramen waar ze architectonisch juist bevonden worden; wij denken immers met isolatiematerialen en centrale verwarming de technische problemen te kunnen oplossen. Met andere woorden: Wij misbruiken de techniek om gemaakte fouten te corrigeren.

Toen energie goedkoop was, was ons inkomen verhoudingsgewijs laag en moesten wij ons behelpen en inventief zijn. Nu kunnen wij het ons permiteren iets mooi of lelijk te vinden. Daartoe bestaat in onze cultuur zoiets als een normenstelsel. Eén ding is echter niet duidelijk: vinden wij iets mooi omdat ervoor een norm bestaat of vinden wij iets mooi omdat het romantisch is? Vermoedelijk hebben wij oude ergonomische vormen door romantisering tot symboolvormen verheven en maken ons daarmee blind om moeilijkheden en problemen bij economisch verantwoorde energiebesparing te kunnen oplossen.

Deze vormentaal is volledig historisch bepaald. De leer van de architectuur en de schone kunsten geeft ons alleen de resultaten van de geschiedenis, maar niet de ideeën achter de vorm en de constructie. Als wij over modern bouwen spreken, denken wij alleen aan variatie op oude vormen om nostalgische of statussymbolische redenen. Modern bouwen is echter de eenheid van vorm én constructie én productiemethode zoals deze zich binnen onze eigentijdse economie als mogelijkheid voordoet.

Onze eigentijdse economie is een "geleide" planningseconomie. Wij dienen daarom onze ontwerpen af te stemmen op hetgeen over 50 jaar met een gebouw gedaan kan worden en niet te blijven steken in de heden ten dage geldende opvatting over een uit een vergane periode stammende mening over mooi en lelijk.

Wij praten over een energieprobleem en bedoelen, dat de "natuurlijke" voorraad van de ons bekende energie eindig is, terwijl wij op hetzelfde moment vergeten, dat het menselijk vernuft reeds lang een met diverse brandstoffen opwekbare energie heeft ondekt. Deze energie - de elektrische - is oneindig, omdat vele, ook de tot nu toe onbekende soorten energie, als bron kunnen dienen. Het ontwikkelen van vormen en constructies vanuit een gesteld probleem lijkt te hebben afgedaan door een verkeerde interpretatie van het begrip "ambachtelijk vakmanschap".

Conclusie

Het moet mogelijk zijn om energiebesparend te bouwen voor een prijs die de huidige kosten niet overschrijdt. Daaraan zijn twee voorwaarden verbonden, n.l.:

1. Wij moeten de uit het verleden stammende vormwaarderingen van architectuur en stedebouw verlaten en eigentijdse, bij onze problemen passende vormwaarderingen, ontwikkelen en accepeteren.

2. Wij zullen de overheersende opvatting over kosten van investeren moeten vervangen door een begrip voor de kosten van gebruik gedurende de gehele tijd, dat wij het gebouw nodig hebben.

 ---- wordt vervolgd -------

 


Hieronder de eerste twee hoofdstukken uit een boekje van (overgrootvader) Josef Heilker. Hij bedacht in de jaren dertig van de vorige eeuw een systeem om comfortabel in de kerk te kunnen vertoeven.

 


Hygiënische Verwarming

en Luchtcirculatie

Voor woonhuizen, Kerken, Scholen, Zalen, Garages, Fabrieken, enz.

 

Systeem Heilker, Ned. Octrooi No. 32463

 

 

 

 

 

 

J.G.J. HEILKER - WOERDEN

TELEFOON 94         POSTREKENING 16847

  


Centrale verwarming van kleine en middelmatig groote huizen

Eventueel gecombineerd met

Warmwater ~ voorziening

Door

 

J.G.J. HEILKER



VOORWOORD

            Dit  werkje zal uit den aard voor het meerendeel bestemd zijn voor den Smid~Installateur. Reden waarom op eenvoudige wijze gepoogd is het zoo bevattelijk mogelijk te maken, opdat de eenvoudige vakman niet door onbegrijpelijke uitdrukkingen een minder juist begrip over dit nieuw systeem zal krijgen dan de beter geletterde. Alleen dàn zal bij elke voorkomende gelegenheid een goed functioneeren der installaties het resultaat zijn, wanneer hij in staat is tot redelijk oordeelen en indien hij goed begrip krijgt van de werking en verrichtingen van lucht en water bij de verschillende temperaturen. Volgens mijn meening heb ik in dit werkje overduidelijk, in woord en beeld, getracht dit begrip bij te brengen.

            Mochten er zich moeilijkheden voordoen (en dat kan, omdat men in bestaande woningen zeer in~ of uiteenloopende combinaties heeft), dan wil ik gaarne, tegen redelijke vergoeding, met raad en daad ter zijde staan.

            Bij het ontwerpen van nieuwe huizen zal het begrip van dit systeem voor H.H. Architecten en Aannemers zeer veel bijdragen tot het zoo practisch mogelijk projecteeren, om den aanstaanden bewoner het groots mogelijk gerief tegen de minst mogelijke kosten te bezorgen.

            Een installatie maken in eigen huis is wel het meest aanbevelenswaardige, voor beide groepen bovengenoemd, om door beproevingen en attentie bij de werking derzelfve, met meer overtuiging en kennis van zaken de goede hoedanigheden bij de cliënten te bepleiten en…ook te bewijzen beij eventueele aanvragen, dat dit systeem voor het doel, waarvoor het is ontworpen en bestemd, werkelijk in ruime mate voldoening schenkt aan Architect, Installateur, bewoners en…

                                               Uw dw.

                                   ONTWERPER~SCHRIJVER.

Woerden, Augustus 1931

 

 

    


       


HOOFDSTUK I.

Inleiding

De verwarming van kleine en middelmatige huizen was tot op heden van dien aard, dat, wilde men gedeelten van zoo'n huis, b.v. woonkamer, keuken, slaapkamers enz. op de daarvoor vereischte temperatuur brengen, men voor elk deel afzonderlijk een verwarmingsbron moest aanschaffen. Deze bestond gewoonlijk uit een kleine haard of kachel, hetzij gas, electrisch of petroleum. De daaraan verbonden hooge kosten van aanschaffen onderhoud, bediening, brandstofgebruik, ruimte en tijdverlies, gevaar en stofmakerij zijn oorzaak dat, behalve het woonvertrek, meerdere gedeelten van het huis meestal niet verwarmd werden.

En toch, hoe gaarne zouden alle huisgenoten hunne respectievelijke verblijven ook aangenaam op temperatuur wenschen.

Hoe gaarne zou de huisvrouw in den winter de keuken, de slaapkamers, studeerkamer enz. behaaglijk wenschen.

Edoch....het bleven meestal wenschen, omdat alle hierboven genoemde bezwaren het vervullen van dat verlangen beletten


Alleen centrale verwarming kan hieraan voldoending schenken. Doch deze, door middel van radiatoren overigens aangename, doch niet gezellige verwarming voor woonvertrekken, valt niet in het bereik van de massa en blijft grootendeels bestemd voor groote gebouwen. Groote heerenhuizen en villa’s treft men al veelvuldig aan, geïnstalleerd met radiatoren, doch hoe gaarne zouden velen den gezelligen haard in de huiskamer terugzien wanneer deze ook maar een gedeelte van de verdere vertrekken kon verwarmen.

            Niet gedeeltelijk, doch geheel kunnen deze verlangens verwezenlijkt worden met slechts één, twee of drie haarden, overeenkomstig de grootte. Zeer groote huizen of inrichtingen waarvan de vele vertrekken allen op woonkamertemperatuur moeten blijven, zijn absoluut ongeschikt voor dit systeem.

            Het in dit boek beschreven en reeds tot tevredenheid in gebruik zijnde,systeem centrale verwarming, kan de verlangens van de massa op kostelooze wijze bevredigen.

            Al is een huis volgens dit systeem geprojecteerd en opgetrokken en de bewoner kan zich niet de weelde veeroorloven den haard of de kachel volgens mijn systeem te laten vermaken of een nieuwe te koopen (ik denk hier aan huurhuizen waarvan de bewoners reeds in het bezit zijn van een haard of kachel, volgens het bestaande, gebruikelijke type), dan nog zal men gedeeltelijk kunnen profiteeren van het gerief, dat dit systeem geeft.

            Weliswaar heeft men dan niet het genot dat de koude luchtstroom bij de ramen enz. onder den vloer getrokken wordt en dat men nevenliggende vertrekken op zoo’n hooge temperatuur kan brengen, doch de hooger liggende vertrekken zullen evengoed flink verwarmd worden, wat reeds een groote voldoening schenkt, aangezien daar voor het meerendeel slaapkamers worden aangetroffen.

            Geen enkel nadeel is te vreezen voor bewoners, evenmin als voor den eigenaar van dergelijke huizen. De voordeelen daarentegen van de completeering van deze verwarming kunnen als hieronder volgt, worden saamgevat, waarbij alle overdrijving is weggelaten.

            Evenwel neem ik aan, en stel dit als eerste en hoogste eisch, dat alles vakkundig wordt bewerkt, de kachels en haarden in goede conditie verkeeren, en geen pijpen of ellebogen worden aangebracht welke half vergaan zijn, of, op een koopje, op het gezicht gekocht en aan den haard of kachel worden gehangen en b.v. vastgedreven of gebonden worden, respectievelijk met een spijker of ijzerdraadje.

De voordeelen zijn dan:

1e         Bij nieuwbouw kost de installatie, zonder warm~watervoorziening, absoluut niets meer dan een huis met gewone schoorsteenen, omdat minder rookkanalen en schoorsteenmantels noodig zijn.

2e         De koudste lucht die alle kachels en haarden vanaf de ramen en deuren naar zich toetrekken, wat gaat via de voeten der bewoners en dus koude voeten en rheumatische aandoeningen veroorzaakt, wordt bij dit systeem bij de ramen en deuren onder den vloer gezogen, waardoor de vloer intenser verwarmd wordt.

3e         Geen zwammen of gassen onder den vloer vanwege den geregelden luchtstroom

4e         Bij aanwezigheid van een kelder een iet riekenden en drogen inhoud.

5e         Verwarming van meerdere vertrekken met éénzelfde brandstofverbruik

6e         Flinke ruimtebessparing, wegens ondiepere schoorsteenen en vervallen van mantels.

7e         Minder stofopjagen wegens trek naar ramen en deuren.

8e         Voordurende luchtverversching door afzuiging en verwarming

9e         Des zomers het geheele huis geventileerd en afvoer van tabaksrook en andere onaangenaamheden.

10e       Geen aanschaffen enz. van meerdere kachels en brandstoffen.

11e       Geen speciale kelder of onsierende leidingen in huis.

12e       Altijd goed trekkenden schoorsteen, daar het rookkanaal geisoleerd ligt in de warme lucht.

13e       Absoluut geen kolendamp

14e       Geen schoorsteenbrand.

En gecombineerd met warm water

15e       Veel grooter verwarmingsvermogen.

16e       Gratis warm, resp. heet water voor bad, waschtafel, keukengebruik en op de boerderij voor zuivel (bij aansluiting op het keukenfornuis, ook des zoomers).

17e       Goed vochtgehalte

18e       Geen aanschaffing van geiser.

19e       Voor elk huis badgelegenheid.

20e       Alleen bediening van haard of kachel

21e       Geen gevaar voor gasbedwelming in de badkamer.

22e       Prijzen beneden elke centrale verwarming.

 



 

 

HOOFSTUK II

Het systeem

Met het hierachtervolgende geestes- en penneproduct, getoetst aan de practijk, dring ik U in geen geval op, dat mijn overtuiging van goede werking ook inhoudt: "Onverbeterlijk"

Alles is voor verbetering vatbaar, volgens mijn meening, behalve het geschapene; het natuurlijke. Dat is volmaakt. Hierover verder uit te weiden, lijkt mij in dit werkje overbodig, doch ik werp mijn idee in alle gerustheid op de markt der critici, overtuigd zijnde dat ik van de, naar ik hoop vele, tegenwerpingen, nog meer zal kunnen leeren en het antwoord tegenover wien ook, niet schuldig zal behoeven te blijven.

            "Actie verwekt reactie". Tegenspoed verwekt voorspoed.

Zelf zal ik beginnen mijn mening tegenover anderen te stellen, zonder noemen van namen, omdat het mij, uit werken op verschillend gebied gebleken is, dat, eenmaal als juist gepropageerde theoriën, later weersproken en afgedaan, alleen nog dienst doen als bewijs, dat het pogen zelf reeds groot is. En wellicht is ook mijn werk daarvoor bestemd, n.l. om later plaats te maken voor het betere.

    Wanneer ik dan in geschriften over verwarming lees, dat de luchtverwarming zooals hierin beschreven, reeds gekwalificeerd wordt als verouderd en buiten gebruik geraakt, tegenover een moderne luchtverwarming met ventilators, dan zie ik in den geest de pennen kruisen. ja zelfs debatteeren.

    Afgezien dat deze met ventilatoren gepropageerde verbetering buiten bereik ligt van de massa, n.l. te duur is voor gewone huizen en ik er dus gevoegelijk buiten kon blijven, wil ik toch opponent zijn.

    Ik lees o.a.: "De (onnatuurlijke) druk van den ventilator is aanvankelijk grooter dan de natuurlijke en kan men er zeker van zijn, dat, onder alle omstandigheden, de warme lucht de plaats van bestemming zal bereiken."

    Deze verklaring is, ook volgens mij, zeer juist. Of de uitwerking van dien geforceerden warmen luchtstroom, in een ruimte, waarin zich levende wezens bevinden, nu juist voldoening schenkt, ben ik zoo vrij te betwijfelen.

    Het kan niet anders of deze geforceerde warme of heete stroom veroorzaakt een wind, een beweging der lagere, en rustige koudere lucht.

    Is het voor degenen, die zich in den warmen stroom bevinden reeds onaangenaam, hoeveel te meer is dit het geval bij diegenen, welke zich terzijde van dien stroom bevinden en de in beweging gebrachte, rustige koudere lucht als een wind hebben aan te nemen. Een klein voorbeeld: Als het warm is en men gaat met de hand langs het gezicht, dan voelt men de koele lucht als uitwerking van die beweging en naarmate die beweging vlugger of het in beweging zijnde voorwerp groter is, zal de winddruk sterker zijn. Is het bij warmte een welkome verfrissching, bij koude zal het resultaat zeer onaangenaam zijn en ik vrees, dat een dergelijke geforceerde installatie, tenzij daaraan groote kosten worden besteed, geenszins die voldoening zal schenken van de natuurlijke luchtbeweging.

   Het meer benutten van die kostelooze natuurkrachten, waarvan we nog lang niet weten welk voordeel ze kunnen brengen, ligt toch zeker op onzen weg.

   Op het gebied van verwarming ben ik van meening, dat ook in groote gebouwen het in practijk brengen, op de juiste wijze, van de krachten welke die natuurlijke stroomingen bezitten, de verwarming van nature het meest nabij komt. Ik meen in dit opzicht voor kleine huizen in zooverre geslaagd te zijn, dat het mogelijk later zal blijken dat het ook voor grootere lokaliteiten, zooals vergaderlokalen, scholen en kerken meer toegepast zal kunnen worden.

    Kan men in een woonhuis en vooral in eigen kring bij wijze van gezelligeheid, maar ook genoodzaakt door koude voeten, een kring om de kachel of haard vormen of om beurten de voeten gaan verwarmen, in een school, kerk of vergaderlokaal is dit ten eenemale uitgesloten.

    Daar wacht men geduldig, soms trappelend van koude voeten, het eind af om zoo vlug mogelijk dien”ijskelder” te ontvluchten. En toch, in die “vrieskamer” staat gewoonlijk een gloeiende kachel met een capacitei voor verwarming van een dubbel zoo groot lokaal.


    Juist die groote heete vuurkolom is de oorzaak van die onuitstaanbare koude aan de voeten, wat ik nader zal aantoonen.

    Het geheele syseem berust enkel en alleen op het benutten der natuurkrachten, zonder hulp van mechanische krachten en zonder de ontsierende leidingen.

    De zichtbare en niet ontsierende leidingen zijn: de centrale warmeluchtkoker, welke den gewonen vorm van den schoorsteen heeft en de roosters, waardoor warme en koude lucht uit eigen kracht hun weg zoeken.

  De resteerende onzichtbare leidingen (niet van het water) welk in elk volgens dit systeem gebouwde huis onmiddellijk volmaakt gereed liggen en geen onderhoud vereischen, zijn de natuulijke leidingen.

   Het moge vreemd klinken, ja zelfs voor velen ongelooflijk schijnen, bij nadere bestudering en toepassing daarvan zal het U duidelijk worden. Een eenvoudig voorbeeld zal U wellicht onmiddellijk eenig vertrouwen in deze zaak schenken.

   Zal men vroeger verbaasd zijn geweest, dat men elkander kon spreken op een afstand van ettelijke meters langs een draad (telephoon), thans spreekt meen tot elkander op duizenden kilometers afstand zonder draad (Radio).

   Die leiding zonder draad bestond al voor men draad kon maken en heeft, ons menschen, niets gekost van aanleg en onderhoud, doch was alleen een zaak van ontdekken en benutten, met de daaraan verbonden kosten.


Nu zal het U, geachte lezer, gemakkelijk vallen te gelooven, dat de leidingen, van nature aangelegd, in een gebouw, reeds direct bestaan en U evenals mij de overtuiging geven, dat hoe meer men weet, hoe beter men weet, dat men nog maar weinig weet, en in het schijnbaar voor U ongeloofelijke in dit werkje beschreven, vertrouwen te gaan stellen en proeven te nemen. Zooals algemeen bekend mag worden geacht, is koude lucht zwaarder dan warme. Evenzoo is dit bij koud en warm water, waarop de natuulijke circulatie van warem water in centrale verwarmingen, explosiemotoren enz. berust.

    Met de lucht is dit eveneens zoo.

    Bij verwarming zal deze stijgen en bij afkoeling weder dalen en van nature circuleeren.

   De warmste lucht stijgt  dus zoo hoog, de koudste daalt zo diep mogelijk.

   Kan dus de koude lucht onder den vloer of in een kelder dalen, dan zal de daar aanwezige warmere lucht daaruit ontwijken èn door den druk èn door eigen natuur stijgen totdat zij in haar baan gestuit wordt.

   Leidt men ze evenwel door een kanaal wat verwarmd is, dan zal dit proces zich in versneld tempo gaan voltrekken en zich bij het hoogste punt naar buiten werken, tenzij men dit belet.

   Welnu wij beletten dit bij een gebouw door de kap of het plafond, al naar de inrichting van het gebouw.

   De gebruikelijk wijze van verwarmen is door middel van kachel of haard. De warme lucht boven deze objecten stijgt tegen het plafond of de kap: gaat
Weer naar de koelste plekken plaatsen,

 

 

 

 


Het gehele boekje van Josef Heilker, 81 pagina's, is (als pdf-bestand) te bestellen via het contactformulier (€24,50). 

 




links
 bomen v bejaarden
 nutscode.eu
 world of warmth

Vergelijk Verbruik
 op nutscodes
 op % nachtverbruik
 winkels in 24 uur !
 op verbruiks top-3

 
 Search


Design by Cyberdine Systems

Miro International Pty Ltd. © 2000 - 2004 All rights reserved. Mambo Open Source is Free Software released under the GNU/GPL License.